Bosranden

Volkstuinvereniging Runderweg Lelystad

  • Het is niet toegestaan vuil in de bosranden/singels te deponeren, helaas komt het voor dat er toch mensen zijn die vuilnis hierin deponeren!

 

  • Wij als tuinders behoren het goede voorbeeld te geven en ervoor zorg te dragen dat dit niet meer voorkomt, vindt u als tuinder toch vuil in de singel neemt u dan even de moeite dit weg te halen en elders in een prullenbak te deponeren.

 

  • Helaas ligt er ook erg veel glas in de singels, erg onverantwoordelijk gezien er ook kinderen van medetuinders in de singels spelen en zich daaraan lelijk kunnen verwonden, wanneer u dan ook constateert dat er vuil of glas ligt dit graag even in een zak deponeren en eventueel thuis in de prullenbak gooien! Een kleine moeite toch!

 

  • Verontrustend is eveneens dat wij op een aantal plekken hebben moeten constateren dat er mensen zijn die hun tuinafval met phytophthora zonder problemen in de singels dumpen, zeker een zeer ondoordachte zet gezien deze ziekte daar het volgende seizoen absoluut de kop op zal steken. Heeft u phytophthora? Leg de planten op een plek in uw tuin waar deze het minst kwaad kan en laat deze drogen waarna deze te verbranden zodat de schimmels geen kans meer krijgen.

 

  • Uitleg phytophthora

 

Phytophthora infestans behoort tot de groep oömyceten (lijken op schimmels) die zich onder natte omstandigheden onder meer kunnen verspreiden met zogenaamde zoösporen. Die sporen zijn voorzien van twee flagellen en kunnen zwemmen, waardoor ze zich veel makkelijker verspreiden. Andere ongeslachtelijke sporen kunnen door wind en regenspatten verspreid worden.

 

Gewoonlijk overwintert de ziekte in besmette knollen die achterblijven op het land. Daarom is het belangrijk dat er geen aardappelknollen in het land of op afvalhopen blijven liggen. Uit de geïnfecteerde knollen ontwikkelen zich planten die de ongeslachtelijke sporen (sporangia en zoösporen) opleveren. Uit deze sporen kunnen nieuwe infecties ontstaan als het gewas tenminste gedurende vier à acht uur nat blijft, de zogenaamde bladnat-periode, bij een relatieve luchtvochtigheid van meer dan 95%. Na infectie ontstaan bij een temperatuur van 12-24 graden Celsius binnen enkele dagen met het oog waarneembare symptomen op bladeren en stengels. Na binnendringing van de oömyceet in de plant duurt het 3 tot 5 dagen voordat er nieuwe sporen gevormd worden.

 

Tot de jaren tachtig was in Europa alleen het zogenaamde A1-type aanwezig. Door de introductie van nieuwe A1- en A2-paringstypen in Europa is nu ook de geslachtelijke fase van de ziekte met oösporen, die in tegenstelling tot de sporangia en zoösporen gedurende een lange periode buiten de waardplant in leven blijven en minstens drie jaar in de grond overleven. Bij de paring van een hyfe van het type A1 met een hyfe van het type A2 worden een oögonium en een antheridium gevormd, waaruit de oöspore ontstaat. Deze eicel wordt binnen een gametangium door een spermatozoïde bevrucht. Uit de oösporen ontstaan sporangia en zoösporangia. De zoösporangia vormen tenslotte de zoösporen. De zoösporen spelen waarschijnlijk pas later in het seizoen (eind juni - begin juli) een rol.